De kans dat het geneesmiddel cetuximab effectief is tegen dikke darmkanker lijkt groter als dit medicijn zich ophoopt in de uitzaaiingen van de tumor van de patiënt.
Deze ophopingen kunnen met behulp van een PET-scan zichtbaar worden gemaakt. In de toekomst hoopt men met zo’n scan al bij de start van de behandeling te kunnen voorspellen of het toedienen van cetuximab zinvol is voor een patiënt.
Onderzoekers van het VUmc Cancer Center Amsterdam publiceerden de eerste resultaten onlangs in het wetenschappelijke tijdschrift Oncotarget. Er loopt reeds een vervolgonderzoek: IMPACT-colorectaal    (CRC).
In Nederland wordt cetuximab vooral toegepast bij patiënten met uitgezaaide dikke darmkanker die niet meer gevoelig zijn voor chemotherapie. Het middel blijkt echter in slechts de helft van de gevallen effectief. Een team van VUmc Cancer Center Amsterdam (CCA), onder leiding van studiecoördinator dr. Willemien Menke heeft onderzocht of men het gelabelde medicijn op een PET-scan kan volgen in de patiënt. De eerste resultaten van dit onderzoek laten zien dat patiënten met opname van cetuximab in de uitzaaiingen, een grote kans hebben op een goed effect van de behandeling. Als het middel niet in de kanker terecht kwam hadden patiënten weinig kans op baat hiervan. Binnen het VUmc CCA is deze methode waarbij gelabelde medicijnen  met behulp van een PET-scan (immuno-PET) in de patiënt gevolgd worden een belangrijke richting van onderzoek.
Uitkomsten verder verfijnen
Deze uitkomsten zijn aanleiding voor verder onderzoek om de resultaten beter te laten aansluiten bij de zorg voor oncologische patiënten. VUmc CCA onderzoekt in samenwerking met het UMCG in Groningen en het Radboudumc in Nijmegen, of het medicijn in de toekomst alleen gegeven kan worden aan patiënten die er zeker baat bij hebben. Ook kijken ze of een aanpassing in de dosering op basis van de uitkomst van de PET-scan nog tot een beter effect zou kunnen leiden. In deze studie, die ondersteund wordt door het KWF Kankerbestrijding, de IMPACT-CRC-studie, gaat een grote groep patiënten met een uitgezaaide vorm van dikke darmkanker deelnemen. “Therapie op maat komt zo hopelijk dichterbij voor onze patiënten”, spreekt de studiecoördinator dr. Willemien Menke.